Auteur Topic: Nieuwe en onconventionele aanpak om ongewenste brandmeldingen terug te dringen  (gelezen 2750 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

brandpreventje

  • Forumlid
  • ***
  • Berichten: 3.123
  • Geslacht: Man
  • Specialisatie: Bevelvoerder, Schipper, Instructeur, Brandpreventist
  • Bezoek: Brandweer
Hebben jullie hier al van gehoord en wat vinden jullie hier van?

www.nifv.nl:

Symposium De nieuwe en onconventionele aanpak om ongewenste brandmeldingen terug te dringen

Op 18 maart 2010 organiseert het NIFV in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) een symposium over een nieuwe, verregaande en onconventionele aanpak om het aantal ongewenste brandmeldingen van automatische brandmeldinstallaties drastisch terug te dringen.


Deze onderstaande mail is aan alle commandanten gestuurd:
Geachte Regionaal commandant,
 
De NVBR is serieuze stappen aan het zetten om het aantal nodeloze uitrukken terug te dringen. Met deze
mail – die overigens ook naar de lokale commandanten wordt verstuurd - willen wij u hierover nader
informeren. Wellicht is uw korps via onze netwerkorganisatie al op de hoogte, maar wij vinden het van
belang u ook direct op de hoogte te stellen. Naar verwachting zal de pers hier zeer binnenkort aandacht
aan besteden.
 
Nadat een expertgroep zich in het najaar van 2009 heeft gebogen over de technisch-inhoudelijke
mogelijkheden en onmogelijkheden van een nieuwe aanpak voor het terugdringen van het aantal nodeloze
uitrukken, is het onderwerp besproken in de Raad van Regionaal Commandanten (RRC) van 6 november
jl. Centraal hierbij stond de “onconventionele methode”. Kort gezegd is deze nieuwe aanpak gebaseerd
op het niet meer accepteren van nodeloze uitrukken, die het gevolg zijn van het gebrekkig oppakken van
de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid door anderen. Deze aanpak sluit ook aan bij de recente
ontwikkelingen zoals verwoord in de nieuwe Visie op brandveiligheid, die BZK en VROM in samenwerking
met de NVBR heeft opgesteld. De methode noemen wij “onconventioneel”, omdat deze insteek nieuw is.
Een berekening, die wij hebben laten maken door het NIFV, heeft aangetoond dat met de nieuwe aanpak
een reductie van minimaal 50% van het aantal loze meldingen te bereiken is. De ‘oude’
aanpak (kwaliteitsverbetering van brandmeldinstallaties, handhaving, voorlichting) wordt weliswaar door
ons ondersteund, maar deze methode blijkt slechts in de marge een oplossing te bieden.
 
In de nieuwe aanpak zal begonnen worden met het "schrappen” van verplichte doormeldingen voor een
aantal gebouwcategorieën in het Gebruiksbesluit. De verplichte doormeldingen voor gebouwen met
verminderd zelfredzame personen (kinderopvang, bepaalde gezondheidszorgfuncties, enkele specifieke
woonfuncties voor zorg, celfuncties), zal vooralsnog worden gehandhaafd. Verder dient de nieuwe
aanpak te worden gefaseerd in een doelstelling op de lange termijn (niet meer automatisch doormelden
naar de brandweer voor alle gebouwcategorieën) en een doelstelling op de korte termijn (geen
automatische doormelding, tenzij). Hierbij geldt dat een gemeentebestuur te allen tijde hierop
uitzonderingen moet kunnen maken in het kader van het algemeen belang.
 
Een aantal belangrijke uitgangspunten hierbij is: 
 
1 De brandweer is er voor het redden van mensen, het voorkomen van slachtoffers en het voorkomen
van onbeheersbare situaties bij brand. De brandweer/overheid moet helder communiceren wat wel en
niet van de brandweer kan worden verwacht. 
2 Bij het voldoen aan de bouw- en overige regelgeving, op het gebied van brandveiligheid, is de
repressieve inzet van de brandweer in beginsel niet noodzakelijk om slachtoffers te voorkomen en
branden beheersbaar te houden. 
3 De primaire verantwoordelijkheid voor brandveiligheid ligt bij de eigenaar/gebruiker van een gebouw.
Uitgangspunt is dat een gebouw voldoet aan de brandveiligheidseisen uit de wet- en regelgeving (dus
dat ook het veilig vluchten is geregeld). 
4 Alarmopvolging bij de gebouwfuncties, waarvoor straks geen doormelding meer wordt vereist, moet
door de eigenaar/gebruiker zelf ter hand worden genomen. Ofwel: de interne
hulpverleningsorganisatie moet op orde zijn. De ‘nieuwe’ AMvB Bedrijfshulpverlening die in
ontwikkeling is, is dus van belang. 
5 Naast het Gebruiksbesluit kent ook de Wet Milieubeheer eisen voor automatische doormeldingen.
Daarnaast kan het ook vanuit maatschappelijke overwegingen wenselijk zijn om een directe
doormelding voor bepaalde objecten naar de brandweer te regelen. Hierbij kan gedacht worden aan
vitale infrastructuur en cultureel erfgoed. Bovendien worden automatische doormeldingen vanuit het
Gebruiksbesluit en het Bouwbesluit soms in het kader van gelijkwaardigheid geëist. De insteek van
de aanpak, op de korte termijn, is het schrappen van verplichte doormeldingen in het Gebruiksbesluit.
Hiermee is de grootste winst te behalen. De discussie over de andere categorieën moet nog volgen.   
6 De conventionele methode blijft aandacht verdienen voor die gebouwfuncties waarvoor de
doormelding vereist blijft. 
7 Vrijwillige rechtstreekse doormeldingen naar de brandweer worden in principe niet meer geaccepteerd.
Als de maatschappelijke rol die de brandweer vervult dit vereist, zouden uitzonderingen hierop
toegestaan kunnen worden. Het verdient aanbeveling, in de verdere uitwerkingen van de
onconventionele aanpak, hiervoor een procedure op te stellen die borgt dat de 'maatschappelijke
afweging' op de juiste plaats wordt gemaakt. In die gevallen dienen er strenge eisen gesteld worden
in de aansluitvoorwaarden. 
 
De nieuwe aanpak is omarmd door de RRC. Het werkbaar maken van de nieuwe aanpak vraagt in veel
gevallen om een groter veiligheidsbewustzijn van de gebruiker/eigenaar. Hierover zijn we in overleg met
de ministeries van VROM en BZK en met andere branches, zodat zij ook hier hun steentje aan bij kunnen
dragen.
 
Binnenkort zullen wij starten met het uitvoeren van het project “Terugdringen Nodeloze Uitrukken”. In dit
project staat de communicatie met medewerkers uit de korpsen, de mogelijke oplossingen voor een
aantal knelpunten (o.a. OMS-inkomsten brandweer en registratie van de doormelding) en de afstemming
met de andere branches centraal. Voor de hele korte termijn heeft de RRC aangegeven zich collectief in
te zetten op verificatie van de meldingen die nu via het OMS binnenkomen, voor zover dat nog niet
gebeurt in de regio’s. Ook de hieraan gekoppelde juridische aspecten worden in het genoemde project
onderzocht.
 
Voor meer inhoudelijke informatie kunt u contact opnemen met onze projectleider, Rene Hagen
Brandmeester, bevelvoerder en brandpreventist.


Pyrothijs

  • Forumlid
  • ***
  • Berichten: 374
  • Geslacht: Man
  • Specialisatie: Vrijwilliger, Jeugdleider
  • Bezoek: Brandweer
Ik vraag me af of het 'weglaten' van de verplichte doormelding wel zo'n handig systeem is.
Er wordt vaak door sleutelhouders niet eens op OMS meldingen gereagreed of ze worden al gereset zonder dat er gekeken wordt of er daadwerkelijk iets aan de hand is. Met als gevolg dat je als brandweer te laat wordt ingeschakeld of dat het alarm blijft afgaan waarna men besluit de BMC in onderhoud te zetten.
Ik zie meer in een standaard vertraagde doormelding van een minuut of vijf. Dan heeft de BHV voldoende tijd om te kijken of er iets aan de hand is en het alar af te melden bij de AC.


Whyllum

  • Forumlid
  • ***
  • Berichten: 758
  • Geslacht: Man
  • Specialisatie: BM, OW, BOT
  • Bezoek: Brandweer
Ik vraag me af of het 'weglaten' van de verplichte doormelding wel zo'n handig systeem is.
Er wordt vaak door sleutelhouders niet eens op OMS meldingen gereagreed of ze worden al gereset zonder dat er gekeken wordt of er daadwerkelijk iets aan de hand is. Met als gevolg dat je als brandweer te laat wordt ingeschakeld of dat het alarm blijft afgaan waarna men besluit de BMC in onderhoud te zetten.
Ik zie meer in een standaard vertraagde doormelding van een minuut of vijf. Dan heeft de BHV voldoende tijd om te kijken of er iets aan de hand is en het alar af te melden bij de AC.

Ligt denk ook een beetje aan de controle door afdeling 'preventie', en de opstelling van met name de bevelvoerder bij een 'loos' alarm. Preventie hoort de procedures van een pand te regelmatig te controleren en bij te laten stellen waar nodig. Dus onder andere de BMI pas resetten als de brandweer ter plaatse is.

Bij ons wordt degene die de BMI toch voortijdig heeft gereset duidelijk door de bevelvoerder aangesproken op dit ongewenste handelen. Daarbij zitten de preventisten behoorlijk kort op de echt ongewenste meldingen. Bij een enkele melding zullen ze niet zo snel contact opnemen met het object, maar bij frequente herhaling gaan ze zeker over tot actie.

Vertraagde doormelding kan goed werken, maar juist dan moet de BHV-organisatie van het object goed geregeld zijn!

Als ik de brief doorlees, is mijn eerste gedachte; De reductie van het aantal 'automaatjes' zal bij ons wel meevallen, vooral omdat opvang-/ bejaardenhuizen etc. conventioneel blijven. Mijn tweede gedachte daar achteraan is wel dat er op het eerste oog echt wel goed over is nagedacht. Het klinkt in elk geval niet zo direkt als een verkapte bezuinigingsmaatregel.  ;D